GPS staat voor "Global Positioning System", of vrij
vertaald een wereldwijd systeem om aardrijkskundige plaatsen te bepalen.
Het systeem bestaat uit een verzameling van 24 satellieten. Een GPS
ontvanger gebruikt de radio signalen van deze satellieten om haar juiste
plaats te bepalen. Om een plaats te bepalen heeft een ontvanger
tenminste drie satellieten nodig, meestal zijn er telkens een zestal
boven de horizon. De GPS ontvanger moet de satellieten kunnen
"zien", dat wil zeggen dat het systeem enkel buiten werkt.
Het gebruik van GPS signalen is gratis. Men betaalt voor de
ontvanger en uiteraard voor de energie die het apparaat verbruikt, maar
men kan onbeperkt gebruik maken van de signalen voor het bepalen van
posities.
Die GPS positie wordt uitgedrukt in lengtegraad en breedtegraad.
Deze informatie kan dan gebruikt worden op een kaart om de plaats te
bepalen. De meeste apparaten doen wel meer dan enkel een positie
bepalen. Zo kunnen ze de richting aanduiden naar een welbepaalde
bestemming. Ze kunnen snelheid, afgelegde afstand, reistijd, hoogte en
nog meer afgeleide informatie bepalen.